Als je je boos, verdrietig of geïrriteerd voelt, gaat je mind snel zoeken naar een oorzaak buiten jezelf. Wie deed dit? Wat ging er fout? En dan lijkt het alsof iemand of iets buiten jou verantwoordelijk is voor hoe jij je voelt.
Wraak betekent hier niet dat je bewust iemand iets wilt aandoen. Het is subtieler: de neiging om pijn, schuld of onrust buiten jezelf te leggen. Een stille conclusie: dit is mij aangedaan. Zodra je dat herkent, ontstaat er ruimte. Pijn die niet wordt weggeduwd en niet wordt uitgelegd, verliest vanzelf haar kracht.
Full text
Les 22: Wat ik zie is een vorm van wraak
Met wraak wordt hier niet bedoeld dat je bewust iemand iets wilt aandoen. Het gaat subtieler. Als je je boos, verdrietig of geïrriteerd voelt, gaat je mind vaak snel zoeken: Wie deed dit? Wat ging er fout? Wie of wat maakt mij boos?
Dan lijkt het alsof iets of iemand buiten jou de oorzaak is van dat gevoel. En je mind heeft dan de neiging om pijn, schuld of tekort buiten zichzelf te leggen. Alsof de wereld, de ander of de situatie “schuldig” is aan hoe jij je voelt.
Wanneer je denkt dat je bent afgewezen, tekortgedaan of aangevallen, ontstaat er vaak een stille conclusie:
Dit is mij aangedaan.
Ja hoor, dat heb ik weer.
Zo wordt wat je ziet,
een bevestiging van innerlijke pijn.
Niet omdat de pijn werkelijk daarbuiten ligt, maar omdat jouw denken zo werkt.Deze les zegt niet dat jouw gevoelens onterecht zijn. Ze zegt alleen: wat je ziet, is gekleurd door een innerlijk verhaal en dat verhaal probeert pijn van zich af te houden. Wraak in deze betekenis is: de poging om je boosheid of irritatie te rechtvaardigen door haar oorzaak buiten jezelf te plaatsen.
Zodra je dat herkent, ontstaat er ruimte. Niet om jezelf de schuld te geven, maar om te zien dat je anders kunt kijken. Hoe dan? Niet door te proberen de pijn op te lossen of te begrijpen, of door jezelf te corrigeren of toe te spreken. Dat houdt de mind juist actief.
Wat je helpt is aanwezig blijven bij wat er is, dus het pijnlijke gevoel toelaten. En te stoppen met het ergens neer te leggen.Niet bij de ander. Niet bij de situatie. Niet bij het verhaal.En ook niet bij jezelf als schuldige.
Hoe ziet dat er concreet uit? Herken het moment, je merkt irritatie, verkramping, verdediging, oordeel. Dat is het signaal. Dan laat je het verhaal dat je erbij bedacht hebt los. Niet: “Hij doet dit” Ook niet: “Ik ben zo” ”Dit overkomt me, maar simpelweg: “Er is nu spanning”. Blijf erbij zonder oplossing, verzet of veroordeling. Je laat het onbenoemd, maar wel gevoeld. Dat kan zijn: druk op de borst, een warme golf of onrust. Je hoeft er niets mee te doen.
Wanneer pijn niet wordt weggeduwd en ook niet wordt uitgelegd, verliest ze haar kracht. Ze ontlaadt vanzelf, soms in seconden, soms in golven. Deze les vraagt je dus niet om iets te doen, maar om iets niet meer te doen: de pijn niet langer ergens neer te leggen.
Er worden drie tot vijf oefenmomenten voorgesteld, elk ongeveer één minuut. Zeg eerst rustig tegen jezelf: Wat ik zie is een vorm van wraak. Kijk vervolgens om je heen en laat objecten, mensen of situaties in je aandacht komen, vooral die waar lichte irritatie, oordeel of weerstand bij zit. Zeg bij elk voorbeeld, zonder analyse: Ik zie dit als een manier om mijn onrust buiten mezelf te leggen.
Het gaat niet om diepe emotie. Juist de kleine oordelen zijn belangrijk: een blik, een gedachte, een stille afkeuring. Laat alles komen en ga weer verder. Je hoeft niets te veranderen. Gebruik het idee ook tussendoor, wanneer je merkt dat je geïrriteerd raakt, gelijk krijgt in je hoofd, of een ander “verantwoordelijk” maakt voor hoe jij je voelt. Eén zin is genoeg: Wat ik nu zie, is een vorm van wraak.
Les 22: Wat ik zie is een vorm van wraak.