Niemand wil werkelijk lijden, en toch houden we het soms langer vast dan nodig, alsof het ons bescherming of erkenning geeft. Onbewust is de overtuiging ontstaan dat geluk pas mag als alles is opgelost of als je genoeg hebt bereikt.
Deze les onderzoekt die overtuigingen en laat zien dat geluk altijd aanwezig is, ook als gedachten over schuld en tekort het tijdelijk aan het zicht onttrekken.
Volledige tekst
Les 102: Ik deel in de bedoeling van het leven dat ik gelukkig ben.
Niemand wil werkelijk lijden. Toch houden we lijden soms langer vast dan nodig is, omdat we onbewust denken dat het ons iets oplevert. Misschien beschermt het je tegen teleurstelling. Misschien voelt schuld veiliger dan geluk. Misschien geeft verdriet je het gevoel dat je laat zien hoeveel iets voor je betekende. Of misschien ben je gaan geloven dat geluk eigenlijk niet helemaal voor jou is.
Dat gebeurt meestal ongemerkt. Ergens onderweg kan de overtuiging ontstaan dat geluk iets is wat je eerst moet verdienen, dat je pas gelukkig mag zijn als alles is opgelost, als je genoeg hebt bereikt, als anderen tevreden over je zijn, of als je geen fouten meer maakt.
Maar klopt dat eigenlijk? Als je eerlijk terugkijkt, heeft vasthouden aan pijn je werkelijk gegeven waar je naar verlangde? Pijn kan heel echt voelen. Wanneer je ziek bent, iemand verliest of door een moeilijke periode gaat, doet dat pijn. Deze les ontkent die ervaring niet.
Waar zij wel naar kijkt, is het verhaal dat ons denken vervolgens toevoegt: het idee dat pijn bewijst wie je bent, dat schuld je een beter mens maakt, dat lijden nodig is om liefde waard te zijn, dat het loslaten van pijn je onverschillig maakt, of dat geluk verdacht is zolang er nog problemen bestaan.
Juist die overtuigingen houden pijn in stand. Wanneer je ze begint te onderzoeken, merk je vaak dat ze hun vanzelfsprekendheid verliezen. Ze lijken minder stevig dan je altijd dacht. Dat opent een deur.
Misschien is geluk altijd aanwezig. Gedachten over schuld, tekort en angst kunnen het tijdelijk aan het zicht onttrekken, maar ze kunnen het niet wegnemen. Die mogelijkheid ga je vandaag onderzoeken.
Geluk verwijst hier naar een diepe innerlijke rust, een gevoel dat er, ondanks alles wat gebeurt, niets fundamenteels ontbreekt. Vanuit die rust kun je verdriet voelen, boosheid ervaren of onzeker zijn, zonder dat die gevoelens bepalen wie je bent.
Dat is de plek waar je steeds weer naar terug kunt keren. Je kunt steeds opnieuw terugkeren naar de rust die er al is. Daar ligt misschien wel de diepste bedoeling van je leven.
Oefening. Neem net als de afgelopen dagen vijf minuten aan het begin van ieder uur om contact te maken met deze gedachte.
Ik deel de bedoeling van het leven dat ik gelukkig ben.
Ik aanvaard dat als mijn functie voor vandaag. Neem vervolgens enkele minuten de tijd om stil te worden.
Onderzoek de vraag:
Welke gedachte, overtuiging of verwachting maakt dat ik geluk vandaag nog uitstel? Blijf rustig aanwezig bij wat opkomt, zonder het direct te willen veranderen.
Herhaal vervolgens langzaam:
Ik deel de bedoeling van het leven dat ik gelukkig ben.
Ons denken valt gemakkelijk terug in oude patronen van zorgen, schuld en tekort. Door ieder uur even stil te staan, herinner je jezelf eraan dat geluk niet iets is wat je hoeft te verdienen of te bereiken. Je oefent jezelf in het steeds opnieuw herkennen van de rust die al aanwezig is.
Les 102: Ik deel in de bedoeling van het leven dat ik gelukkig ben.