Boosheid, spanning, irritatie, verdriet, het lijkt te komen door iets buiten je. Iemand zegt iets, iets lukt niet, iemand kijkt vreemd. Maar is dat echt zo? Deze les nodigt je uit om daar eens anders naar te kijken. Want het ongemak dat je voelt komt niet door wat er buiten je gebeurt, maar door de gedachten en verwachtingen die jij eraan vastknoopt.
Het eerste verhaal in je hoofd is niet de hele waarheid. Je hoeft de diepere oorzaak nog niet te vinden. Je herinnert jezelf er alleen aan dat er meer speelt dan je op het eerste gezicht denkt.
Volledige tekst
Les 5: Ik voel nooit ongemak om de reden die ik denk.
Ongemak kan allerlei vormen hebben: boosheid, spanning, verdriet, irritatie, onrust of gewoon een rotgevoel.
En ook al lijkt het alsof dat komt door iets buiten jou, iemand zegt iets, iets lukt niet, iemand kijkt vreemd, of je maakt een fout, het gevoel dat je ervaart ontstaat zelden door de situatie alleen.
Tussen wat er gebeurt en wat jij voelt, zitten bijna altijd gedachten, interpretaties en verwachtingen van jou. En die gaan vaak zó snel, dat je ze nauwelijks opmerkt.
Stel: je bent in een nieuw groepje en iemand lacht. Meteen schiet er misschien iets door je heen.
Ze lachen om mij.
Ik deed iets doms.
Ik had dat anders moeten doen.
En daarna voel je het ongemak. Spanning. Schaamte. Onrust.
Maar die lach veroorzaakt dat gevoel niet rechtstreeks, het gevoel ontstaat vooral door wat jouw gedachten ervan maken. Deze les nodigt je uit om dat verschil te gaan herkennen. Niet om gevoelens weg te maken, en ook niet om te doen alsof situaties geen impact hebben. Je leert alleen zien dat jouw eerste interpretatie niet automatisch de waarheid is.
Dat is belangrijk. Want zolang je denkt dat jouw ongemak volledig door iets buiten jou wordt veroorzaakt, voelt het alsof je afhankelijk bent van de buitenwereld om weer rust te vinden. Alsof iemand anders moet veranderen, iets anders moet gebeuren, of de situatie eerst opgelost moet zijn.
Er is ook een andere mogelijkheid: dat jouw gedachten een veel grotere rol spelen dan je dacht.
Misschien merk je dat je sommige vormen van ongemak serieuzer neemt dan andere. Toch is daar geen onderscheid, een kleine irritatie en grote spanning verstoren allebei je innerlijke rust. Daarom is ieder ongemak geschikt om mee te oefenen, hoe klein of groot het ook lijkt.
Je hoeft vandaag nog niet te ontdekken wat de diepste oorzaak is van wat je voelt. Het enige wat je oefent, is ruimte maken tussen wat er gebeurt en het verhaal dat jouw hoofd er direct van maakt.
De oefening van vandaag. Zodra er een ongemakkelijk gevoel opkomt, groot of klein, stop je heel even. Je merkt op wat je voelt en waar het zich op lijkt te richten. En dan zeg je tegen jezelf een van deze zinnen:
Ik ben niet boos op … om de reden die ik denk.
Ik ben niet bang voor … om de reden die ik denk.
Ik ben niet geïrriteerd door … om de reden die ik denk.
Ik ben niet verdrietig om … om de reden die ik denk.
Ik ben niet onrustig door … om de reden die ik denk.
Vul in wat er op dat moment speelt, meer hoeft niet. Je hoeft het gevoel niet op te lossen of weg te denken, en je hoeft ook niet uit te zoeken waar het echt vandaan komt. Je benoemt het en je laat de mogelijkheid open dat de oorzaak ergens anders ligt dan je in eerste instantie dacht.
Les 5: Ik voel nooit ongemak om de reden die ik denk.