Onze mind is gewend om de wereld op te delen: dit ben ik, dat is de ander, dit hoort bij mij, dat staat buiten mij. Die manier van kijken is functioneel, maar ze laat iets essentieels buiten beeld. Alles wat je ziet staat in voortdurende relatie met iets groters. Een stoel was ooit een boom, gevoed door aarde, water en licht.
Je lichaam ademt, drinkt, eet en staat voortdurend in uitwisseling met de wereld om je heen. Niets bestaat los. Wanneer je jezelf ziet als losstaand, moet je alles alleen dragen en verdedigen. Wanneer je die samenhang begint te zien, ontstaat er ruimte.
Volledige tekst
Les 29: Alles wat ik zie staat in verbinding met iets groters.
Deze les nodigt je uit om te zien, dat wat jij ziet niet los op zichzelf bestaat. Onze mind is gewend om de wereld op te delen: dit ben ik, dat is de ander, dit is een object, dat is een mens, dit hoort bij mij, dat staat buiten mij. Die manier van kijken is functioneel, ze helpt ons handelen, kiezen en overleven, maar ze laat iets essentieels buiten beeld.
Volgens het perspectief van deze les is alles wat jij ziet onderdeel van één samenhangend geheel. Niet in de zin dat alles goed, juist of acceptabel wordt, maar in de zin van ontstaan, afhankelijkheid en relatie.
Bijvoorbeeld.
Een stoel. Een houten stoel was ooit een boom. Die boom groeide uit de aarde, werd gevoed door zonlicht, water en lucht. Mensen hebben het hout gevormd en er een stoel van gemaakt. De stoel leeft niet, maar hij bestaat alleen dankzij dezelfde processen die ook jouw leven mogelijk maken.
En een plastic stoel? Plastic wordt gemaakt van olie. Die olie komt diep uit de aarde. De aarde maakt deel uit van dezelfde planeet die jou draagt en voedt. Mensen hebben die grondstof gebruikt en er een voorwerp van gemaakt dat nu deel uitmaakt van jouw dagelijks leven. Ook dit object staat niet los.
Een huis:
Bestaat uit materialen uit de aarde,
is ontworpen en gebouwd door mensen,
biedt bescherming, rust en veiligheid,
maakt jouw manier van leven mogelijk.
Een lichaam:
Ademt lucht in,
drinkt water,
eet voedsel,
staat voortdurend in uitwisseling met de omgeving.
Wat jij “ik” noemt, is geen afgesloten systeem, maar ontstaat in voortdurende relatie met alles eromheen. Deze les zegt niet dat alles één is in de zin van gelijk of goed. Ze zegt niet dat je moet instemmen met wat je ziet, ze vraagt niet om waardering of acceptatie. Ze wijst alleen op dit onderscheid: je ziet losse dingen omdat je zo hebt leren kijken, maar onder die manier van kijken is er een voortdurende samenhang.
En wat betekent dit voor je ervaring? Wanneer je jezelf ziet als losstaand, moet je alles alleen dragen, controleren en verdedigen. Wanneer je begint te zien dat alles in relatie staat, ontstaat er iets meer ruimte. Niet omdat problemen verdwijnen, maar omdat ze niet langer worden ervaren vanuit volledige afzondering.
Heb vandaag 3 tot 5 korte oefenmomenten, ongeveer 1 minuut per keer en herhaal rustig: Alles wat ik zie staat in verbinding met iets groters. Kijk om je heen en laat je blik rusten op voorwerpen, mensen, beweging, stilte. Zeg bij elk ding dat je ziet, zachtjes: Dit staat niet los of: Ook dit hoort bij het geheel.
Probeer niets te voelen of te begrijpen, merk alleen op wat er gebeurt ook eventuele weerstand. Toepassing gedurende de dag: Wanneer je vandaag iets ziet dat oordeel, irritatie of spanning oproept, herhaal dan kort: Ook dit staat niet los van het geheel. Niet om iets goed te praten, maar om te herinneren dat jouw eerste interpretatie niet het volledige verhaal is.
Les 29: Alles wat ik zie staat in verbinding met iets groters.