Lesson 1 taught you that things have no meaning in themselves. Lesson 2 goes a step further: you are the one who gives them meaning. The situation, or what someone says or does, does not determine how you feel.
It's the meaning you give it. And someone else can feel or think something completely different about the exact same thing. That might sound logical, but it's an important insight. Because if you're the one who gives meaning, then you can also change that meaning.
Full text
Lesson 2: I give meaning to everything I see myself.
In de vorige les oefende je met het idee dat de dingen om je heen uit zichzelf geen betekenis hebben. Vandaag zet je een stap verder, je ziet en benoemt wie die betekenis geeft, dat ben jij.
Een stoel, een deur, een mailtje, een auto, een persoon, niets daarvan heeft uit zichzelf een betekenis. Jij bedenkt wat iets of iemand voor jou betekent.
Bijvoorbeeld:
Deze stoel betekent voor mij een plek om te lezen.
Deze mail betekent voor mij dat er iets van me verwacht wordt.
Deze auto betekent voor mij dat ik van A naar B kan.
En een ander kan bij precies dezelfde stoel, dezelfde mail, dezelfde auto iets heel anders denken en voelen. Dat laat zien, de betekenis zit niet in het ding of in de ander. De betekenis zit in jou en dat is goed nieuws. Want wat in jou zit, kun je, als je dat wilt, ook veranderen.
De oefening van vandaag. Kijk rustig om je heen en pas het idee toe op wat je ziet, en doe dat willekeurig:
I give this chair meaning myself.
I give this person meaning myself.
Ik geef zelf betekenis aan dit boek.
Ik geef zelf betekenis aan deze plant.
Doe dit twee keer vandaag, ongeveer een minuut per keer. Je hoeft niet alles te benoemen en je sluit ook niets uit. Niets in deze oefening is belangrijker dan iets anders.
Lesson 2: I give meaning to everything I see myself.